Hiv is een virus dat in 1983 werd ontdekt, nadat in Amerika jonge homomannen overleden aan zeldzame ziekten.
De ziekte die het hiv-virus veroorzaakte, werd aids genoemd en kon iedereen treffen. Al snel werd duidelijk dat vooral Afrika zwaar getroffen was door aids, maar inmiddels had het virus zich over de hele wereld verspreid. Het bleek dat hiv niet alleen seksueel wordt overgedragen, maar zich ook verspreidt via bloed en moedermelk.
Sinds 1996 is er een behandeling die hiv kan onderdrukken. De medicijnen heten hiv-remmers. Mensen met hiv moeten deze pillen elke dag slikken. Nu is het ook mogelijk om elke twee maanden een injectie met hiv-remmers te krijgen. Er wordt gewerkt aan een behandeling die het virus zes maanden kan onderdrukken.
Neemt iemand met hiv, geen hiv-remmers, dan verzwakt het immuunsysteem waardoor zij makkelijk andere ziektes kunt oplopen waar ze aan dood kunnen gaan.
Sommige CD4-cellen met hiv gaan ‘slapen’. Samen vormen ze het hiv-reservoir.
De meeste mensen met hiv hebben hiv-1. Een klein deel heeft hiv-2.